Klassieke technieken bij angst en paniek zijn cognitieve gedragstherapie en exposure. Bij cognitieve gedragstherapie onderzoek je als therapeut samen met je cliënt de angstgedachten om ze vervolgens om te buigen door bv. argumenten te zoeken die laten inzien dat de angsten niet reëel zijn. Hierbij spreek je vooral het rationele brein aan, terwijl de angstrespons in het onbewuste brein wordt geproduceerd. Bij exposure wordt de cliënt blootgesteld aan wat hem angstig maakt om vervolgens te wachten tot de angst daalt. Zo leert je cliënt dat de angst irreëel is. Dit kan een lang en intens proces zijn. EFT-Tapping gebruikt ook exposure technieken, maar blijkt hierin sneller en efficiënter. Als therapeut werk je namelijk rechtstreeks in op de angstrespons ter hoogte van de Amygdala. Hierdoor is er een snelle verlichting van de angst. Mijn cliënten ervaren EFT bovendien als empowerend, omdat ik hen leer de basistechniek op zichzelf toe te passen. Ze ervaren het als heel geruststellend op momenten dat ik als therapeut niet aanwezig ben. De cliënt kan dan immers bij de eerste signalen een angst- of paniekaanval zelf afwenden. Deze tool in handen hebben blijkt bij veel angstpatiënten een gamechanger.